www.
gezondleven.nl
-web.net
Zoeken

home


Vorige pagina

Je bent op:

Wist je dat


Is voeding een medicijn?

Kan het chronische ziekten voorkomen?

Voedings- en leefstijladvies verdient een volwaardige plek in de behandeling van chronische ziekten volgens Renger Witkamp, hoogleraar Voeding en farmacologie, WUR.

– Gezond eten en leven als medicijn bij chronische ziekte. Dat is geen utopie, zeggen deskundigen van Wageningen University & Research samen met collega’s van andere universiteiten en het RIVM. Vooral bij de behandeling van hart- en vaatziekten, diabetes, nierziekten en diverse darmaandoeningen is met een blijvende verandering van voeding en leefstijl veel gezondheid te winnen voor patiënten.

– Mensen met chronische ziekten kunnen veel baat hebben bij een gezond eetpatroon. Toch maken artsen daar lang niet altijd gebruik van in de behandeling, blijkt uit een studie van Gerjan Navis. Zij is nefroloog aan het Universitair Medisch Centrum Groningen(UMCG) en deed deze studie in opdracht van ZonMw.

– De aandacht voor gezond eten ligt vooral in de preventieve sfeer. Zodra je een ziekte hebt, verdwijnt het onderwerp naar de achtergrond. Maar voeding is iets van jezelf en in elke fase van je leven ontzettend belangrijk.. Dat geldt des te sterker als je ziek bent, liet Navis weten. Voeding krijgt op dit moment onterecht nauwelijks aandacht in de behandeling.

Leefstijl
Het team van deskundigen heeft zo de afgelopen maanden veel literatuur en experts uit de praktijk geraadpleegd over voedingsmaatregelen die de last van chronische ziekten verminderen. Zo spraken ze met voedingskundigen, artsen, diëtisten, vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars. De onderzoekers schreven hun bevindingen op in een rapport. Dit werd op 16 juni 2017 gepresenteerd tijdens een congres van Arts en Voeding, voor artsen die zich willen verdiepen in de nieuwste wetenschappelijke inzichten rond voeding en leefstijl. Het rapport kwam tot stand in opdracht van ZonMW. Deze organisatie stimuleert gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.

Wat is hiervoor nodig
- Wat is er nodig om voedings- en leefstijladvies de volwaardige plek in de behandeling van chronische ziekten te geven die het verdient? Dat is om te beginnen aanpassing van de financiering van zorg, zegt Witkamp. “Zorgverzekeraars vergoeden vooral medicatie. Dat biedt patiënten op korte termijn soelaas. Het effect van het werken aan iemands leefstijl is pas veel later te zien. Wel verbetert het iemands gezondheid vaak blijvend, dus ook als de begeleiding is afgelopen. Mits de patiënt de gezonde leefstijl weet vol te houden, natuurlijk. Het systeem van financiering van de zorg is echter ingericht op effecten op de korte termijn, niet op dit soort langetermijneffecten.”
- Een tweede aandachtspunt is de opleiding van zorgprofessionals, zoals artsen, verpleegkundigen en praktijkondersteuners. “Zij hebben meer kennis nodig over het effect van voeding, leefstijl en het werk van diëtisten en leefstijlcoaches”, aldus Witkamp. Tot slot is het belangrijk dat kennis gebaseerd op praktijkervaringen van zorgverlener en patiënt goed wordt benut.
Bron: Wageningen Universiteit & Research 2018

Gezonde leefstijl halveert risico op hartaanval

Uit onderzoek van het Massachusetts General Hospital (MGH) blijkt dat een gezonde leefstijl het risico op het krijgen van een hartaanval met vijftig procent kan verminderen, zelfs bij mensen met een hoog risico op het krijgen ervan. Het onderzoek is onlangs gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.

Sekar Kathiresan, directeur van het Centrum voor Menselijk Genetisch Onderzoek aan het MGH, zegt dat ‘de belangrijkste boodschap van dit onderzoek is dat DNA niet het lot is’. Kathiresan: ‘Veel mensen denken dat de genetische risicofactor onvermijdelijk is, maar voor een hartaanval blijkt dit niet het geval.’

Vier grootschalige onderzoeken
In totaal werden van ruim 55.000 deelnemers genetische en klinische data verzameld om te bekijken of leefstijl het risico op een hartaanval kan verminderen. Het team bestudeerde vier grootschalige onderzoeken, drie van deze studies volgden de deelnemers meer dan twintig jaar. Het vierde onderzoek bestudeerde verschillende risicofactoren zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van plaquevorming in de kransslagaders.
Genetische risicoscore

Elke deelnemer werd een genetische risicoscore toegekend, gebaseerd op het feit of zij een van de vijftig genvarianten droegen die in eerdere studies waren geassocieerd met een verhoogde kans op het krijgen van een hartaanval.

Deelnemers werden ingedeeld op basis van vier leefstijlfactoren: niet-roken, een BMI van lager dan 30, minstens één keer per week lichaamsbeweging en een gezond voedingspatroon. Bij het hebben van drie of vier factoren werd de deelnemer ingedeeld in een gunstige leefstijl. Twee factoren betekende een gemiddelde leefstijl en bij één of minder factoren had de deelnemer een ongunstige leefstijl.

Vijftig procent verminderen
- De onderzoekers concluderen dat binnen elke genetische risicocategorie gezonde leefstijlfactoren het risico op het krijgen van een hartaanval gunstig beïnvloeden. Zodanig, dat de incidentie tot vijftig procent kan verminderen bij de mensen met de hoogste genetische risicoscores.

Gezonde leefstijl krachtig verminderen
- ‘Sommige mensen denken dat ze vastzitten aan een genetisch bepaald risico op een hartaanval, maar onze bevindingen wijzen erop dat het volgen van een gezonde leefstijl het risico op het krijgen van een hartaanval krachtig kan verminderen’, aldus Kathiresan. Zaak is het volgens Kathiresan om nu te onderzoeken of specifieke leefstijlfactoren sterkere effecten hebben en wat de invloed is van leefstijl bij verschillende bevolkingsgroepen, omdat in de huidige studie de meeste deelnemers blank waren.
Bron: VoedingNu 2016

Rol voedingsindustrie en ziekenhuisartsen voor gezonde leefstijl
- Om een gezonde en duurzame leefwijze te laten inburgeren is een rol weggelegd voor de voedingsindustrie, maar ook voor ziekenhuisartsen. Dat stelde onderzoeker Marianne Geleijnse bij haar aanstelling als persoonlijk hoogleraar Voeding en hart- en vaatziekten op 13 oktober aan de universiteit in Wageningen.

Volgens de kersverse professor, die tevens lid is van de redactieadviesraad van Voeding Nu, is tachtig procent van de niet-aangeboren hart- en vaatziekten in Nederland terug te dringen met een gezonde leefstijl. De meeste winst is volgens haar te behalen bij mensen met een laag inkomen. Een westerse leefstijl met weinig beweging en een ongezond eetpatroon met veel zout zijn belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Geleijnse leidt dat mede af uit de opkomst van deze ziekten opkomende economieën in Azië en Afrika waar de westerse manier van leven wordt omarmd.

Gezonde levensjaren
De hoogleraar maakt zich vooral zorgen over Nederlandse bevolkingsgroepen met een laag inkomen waarbij de levensverwachting veel lager is dan in groepen met een hoog inkomen. ‘De “goede voedingsboodschap” gaat aan die groep voorbij. Zij worden in beslag genomen door psychische, lichamelijke of financiële problemen. En de communicatie over voeding, zoals met gezondheidsapps, is vooral gericht op kennis die vooral hoger opgeleiden aanspreekt.’

Gezonde keuze makkelijk
Geleijnse pleit ervoor dat de gezonde keuze de makkelijke wordt, meer gezond voedsel in het blikveld. Ook zou de openbare ruimte wat haar betreft moeten uitnodigen om te bewegen en is er een rol voor de levensmiddelenindustrie weggelegd die moet zorgen voor producten met minder zout en suiker en meer goede vetten. ‘Daarmee worden alle Nederlanders bereikt.’, aldus Geleijnse.

Arts en voeding
Ook richtte Geleijnse zich in haar inaugurele rede ‘Goede voeding voor het hart – zorg dat het klopt’ op artsen. ’Artsen vertrouwen meer op effectiviteit van medicijnen en er is twijfel of de patiënt een leefstijlverandering volhoudt. De communicatie daarover gebeurt niet optimaal’, vindt Geleijnse die erop wijst dat minder dan de helft van de hartpatiënten na ziekenhuisopname in een revalidatieprogramma met aandacht voor leefstijl terechtkomt. ‘Een gemiste kans, omdat de patiënt de dokter als een betrouwbare bron ziet. Het ziekenhuis is bij uitstek de plek om een gezonde en ontspannen leefstijl te promoten.’

Voedingsindustrie betaalt mee
Om een verschuiving naar een gezonder voedingspatroon te bewerkstelligen is het Voedingscentrum niet voldoende, zegt de Wageningse hoogleraar. Om het voedselaanbod, de productportfolio van fabrikanten, te wijzigen is een kruisbestuiving met kennisinstellingen nodig. De voedingsindustrie profiteert van de academische kennis. ‘Het onderzoeksgeld moet niet alleen door de belastingbetaler of de collectebusloper worden opgehoest. Ik vind het redelijk als ook de voedingsmiddelenindustrie meebetaalt’,aldus Geleijnse.
Bron:VoedingNu 2016